In het proces tegen de extreem rechtse Nationaalsocialistische Ondergrondse (NSU) heeft dinsdag voor het eerst een van de 5 verdachten het woord gevoerd.

Carsten S. legde een gedeeltelijke bekentenis af: Hij heeft voor het wapen gezorgd waarmee neonazi's vervolgens 9 buitenlanders, Turken en Grieken, vermoordden.

S. beweerde voor de rechtbank in München dat hij niet wist wat de andere neonazi's met het pistool met demper wilden doen. Hij ging ervan uit ''dat er niets ergs mee gebeurt''. Het Openbaar Ministerie heeft hem medeplichtigheid aan moord ten laste gelegd.

Erkenning

S. legde verder uit hoe hij door zijn onzekerheid en hunkering naar erkenning in de neonazi-scene verzeild was geraakt. De rechtszaak was dinsdag na een onderbreking van bijna 3 weken hervat.

De vijfde zittingsdag in de zaak tegen 5 neonazi's stond eerst opnieuw in het teken van procedureel geharrewar, terwijl nabestaanden en pers in de zaal wachtten op de inhoudelijke behandeling.

Turkse komaf

De NSU-zaak maakt veel emoties los in Duitsland. In de zaak gaat het om tien moorden. De meeste slachtoffers waren van Turkse komaf; ook werd een Duitse agente vermoord.

Het is voor de nabestaanden bijzonder bitter dat de politie er in eerste instantie van uitging dat er sprake was van afrekeningen in het criminele milieu van buitenlandse horecaondernemers. Zo ontstond ook de benaming dönermoorden, die door nabestaanden en andere Turken als denigrerend wordt ervaren.