Onderzoekers van de Verenigde Naties hebben aanwijzingen dat kleine hoeveelheden chemische wapens zijn gebruikt in Syrië.

Zowel rebellen als het regeringsleger zouden waarschijnlijk chemische wapens hebben ingezet. Dat is dinsdag bekendgemaakt.

De bevindingen zijn gebaseerd op interviews met slachtoffers, medische hulpverleners en andere getuigen. De meeste getuigenissen over het gebruik van chemische wapens wijzen in de richting van het leger van de Syrische president Bashar al-Assad.

''Er zijn redelijke gronden om te geloven dat beperkte hoeveelheden giftige chemicaliën zijn gebruikt. Het is niet mogelijk gebleken, op basis van het beschikbare bewijs, vast te stellen om welke chemische stoffen het precies gaat, hoe ze zijn ingezet en wie de verantwoordelijken zijn'', zei de leider van het onderzoeksteam Paulo Pinheiro tijdens een persconferentie in Genève. Het onderzoeksteam nam 430 interviews af sinds januari tot in mei.

Geen toestemming

De onderzoekers kregen van de Syrische regering geen toestemming om in Syrië te werken. Ze ondervroegen daarom onder meer Syrische vluchtelingen in het buitenland. Volgens de onderzoekers is onderzoek in Syrië zelf noodzakelijk om harde conclusies te kunnen trekken.

Pinheiro benadrukte dat het aantal slachtoffers door controversiële chemische wapens in geen verhouding staat tot de aantallen doden die vallen door 'gewone' wapens. Van een grootschalige aanval met chemische wapens is volgens hem nog geen sprake geweest.

Rapport

In het 29 pagina's tellende rapport staat ook dat de burgeroorlog in Syrië steeds wreder wordt. ''Oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en grove schendingen van de mensenrechten'' zijn aan de orde van de dag, volgens de onderzoekers.

Achtergrond: Conflict Syrië in een patstelling

Meer over de situatie in Syrië