Saif al-Islam Kaddafi, de zoon van de gedode ''Leider van de Revolutie'' in Libië, moet in Den Haag worden berecht voor het Internationaal Strafhof (ICC).

Het verzoek van het Arabische land om de verdachte van misdaden tegen de mensheid zelf te berechten, is afgewezen. Dit hebben de ICC-rechters in de Libië-zaak vrijdag beslist.

Saif al-Islam fungeerde volgens de ICC-aanklagers de facto als 'premier' onder zijn vader, Muammar Kaddafi. Tijdens de Arabische Lente in 2011 liet hij met scherp op betogers schieten.

Toen de rebellen aan de winnende hand waren in de burgeroorlog, werd Muammar Kaddafi gedood. Saif al-Islam werd gevangengenomen en wordt vastgehouden door een clan in de stad Zintan, die niet samenwerkt met de nieuwe machthebbers.

Tripoli

De nieuwe regering in Tripoli is er dan ook nog niet in geslaagd Saif al-Islam in hechtenis te nemen. Toch zegt de Libische regering de verdachte zelf te willen berechten.

Het ICC functioneert volgens het zogeheten complementariteitsbeginsel. Dit betekent dat de berechting alleen in Den Haag plaatsvindt, als het betrokken land geen proces wil of kan voeren. Libië diende op 1 mei 2012 in Den Haag een formeel verzoek in om Saif al-Islam zelf te mogen berechten. Dat is vrijdag dus afgewezen door de rechters.

Crisis

De zaak Kaddafi leidde tot de ''ernstigste crisis in de geschiedenis van het ICC'', aldus een hooggeplaatste medewerker. Melinda Taylor, de toegewezen advocate van Saif al-Islam, en drie andere ICC-medewerkers werden wekenlang vastgehouden door de clan in Zintan, toen zij een bezoek hadden gebracht aan Saif al-Islam.

Het viertal kwam uiteindelijk vrij na een interventie van ICC-president Song Sang-hyun.