De Europese Unie is het maandag nog niet eens kunnen worden over de toekomst van het Europese wapenembargo voor Syrië, dat vrijdag afloopt.

Ook na uren onderhandelingen in Brussel door de ministers van Buitenlandse Zaken kwam er geen compromis uit de bus rollen.

Het overleg werd geschorst om het later maandag te hervatten, is van diplomaten vernomen. De grote kwestie is of het embargo zodanig moet worden versoepeld dat Syrische opstandelingen voortaan wel aan wapens uit Europa kunnen komen.

Frankrijk en Groot-Brittannië hopen met een dergelijke verlichting de druk op te voeren op het regime van president Bashar al-Assad. Andere landen daarentegen vrezen een escalatie.

Onder meer Duitsland en Nederland maken zich sterk voor een compromis waarbij onder zeer strenge voorwaarden wapens geleverd kunnen worden. De EU-landen die willen verkopen, zouden er goed op moeten toezien dat de wapens niet in de verkeerde handen vallen.

Oostenrijk

Naar verluidt ligt met name Oostenrijk dwars. Wenen vreest dat zijn troepen op de Golan-hoogte, tussen Israël en Syrië, slachtoffer kunnen worden van Europese wapens als die terechtkomen in de handen van extremisten. Oostenrijk zou steun krijgen uit de Scandinavische landen.

De Oostenrijkse minister van Buitenlandse Zaken, Michael Spindelegger, noemde het overleg mislukt. Maar diplomaten uit andere landen bestempelden die uitspraak als voorbarig.

Compromis

Zonder akkoord vervallen op 31 mei om middernacht automatisch alle Europese sancties tegen Syrië. Berlijn en Den Haag hopen met hun compromis een dergelijke ontwikkeling te vermijden. Zij willen per se voorkomen dat Europese landen zonder beperkingen wapens kunnen gaan leveren.

Ook vinden zij dat onenigheid over wapenleveranties er niet toe mag leiden dat het hele pakket strafmaatregelen verdwijnt, dus bijvoorbeeld ook de sancties tegen de machthebbers en het importverbod voor Syrische olie.

Meer over Syrië in ons dossier over de onrust in het Midden-Oosten

Achtergrond: Vredesconferentie Syrië vrijwel kansloos