De Comoren hebben het Internationaal Strafhof (ICC) dinsdag gevraagd de Israëlische aanval op een groep schepen op 31 mei 2010 te onderzoeken. Dit heeft ICC-hoofdaanklaagster Fatou Bensouda laten weten.

De schepen waren met hulpgoederen voor de Palestijnen onderweg naar de Gazastrook. Bij de aanval in internationale wateren werden op het schip Mavi Marmara negen mensen gedood, acht Turken en een Amerikaan. Het schip was eigendom van een Turkse hulporganisatie, maar voer onder de vlag van de Comoren.

De eilandstaat is een van de 122 landen die zijn aangesloten bij het ICC. Volgens het volkenrecht geldt het schip daarom als Comorees grondgebied. Het ICC heeft daarom bevoegdheid voor eventuele misdaden die Israëlische militairen er hebben gepleegd, ook al is de Joodse staat zelf niet aangesloten bij het ICC.

Turkije

De Comoren hebben een Turks advocatenkantoor in de arm genomen om de zaak bij het ICC aanhangig te maken. Volgens de klacht dook plotseling een Israëlische helikopter op boven de Mavi Marmara. Het schip werd met traangas bestookt en beschoten.

Vervolgens enterden Israëlische militairen het schip. Bensouda zal de beschikbare informatie analyseren om na te gaan of er aanleiding is voor een formeel onderzoek.

Processen

Het ICC voert tot nu toe alleen processen over misdaden in Afrika. Er is eerder geprobeerd onderzoeken over mogelijke misdaden van Israëlische militairen aan te zwengelen. Zo vroeg de Palestijnse Autoriteit (PA) het ICC in 2009 om misdaden tijdens de Gazaoorlog te onderzoeken.

Bensouda's voorganger Luis Moreno Ocampo besloot in april 2012 na ampel beraad het dossier te sluiten om niet duidelijk was of Palestina een staat is. In november erkende de Algemene Vergadering van de VN Palestina als staat. De PA staat sindsdien onder Amerikaanse en Europese druk om geen nieuwe klacht in te dienen bij het ICC.