Een rechtbank in Bangladesh heeft de regering gevraagd onmiddellijk beslag te leggen op de bezittingen van de eigenaar van het woensdag ingestorte bedrijfsgebouw.

Het gerechtshof verzocht daarnaast de centrale bank de tegoeden te bevriezen van de eigenaars van de vijf kledingwerkplaatsen die het pand herbergde. Het geld moet worden besteed om de werknemers salarissen en andere uitkeringen uit te betalen.

De tweevoudige kamer van het hoogste hof van het land wendde zich tot de regering en de centrale bank nadat het zestal was voorgeleid.

Maandag had de politie de voortvluchtige Mohammed Sohel Rana, de eigenaar van het gebouw, aangehouden. Hij wordt berecht voor onder meer nalatigheid met dodelijk gevolg.

Meer doden

De ramp van woensdag heeft vermoedelijk nog meer levens geëist dan de tot dusver getelde 386. Er zijn rond de 2500 overlevenden. Mogelijk waren er ruim 3100 mensen in het gebouw. Hulpverleners vrezen dan ook dat er nog honderden mensen onder het puin liggen.

Eigenaar Rana liet zich vorige week dinsdag voor het laatst zien. Hij verzekerde de huurders, waaronder de eigenaren van vijf kledingfabriekjes, dat het gebouw veilig was ondanks dat het meerdere scheuren vertoonde. Enkele uren later lag het in puin.

Voor drie van de acht verdiepingen van het pand had Rana geen bouwvergunning.

Slaags

Het instorten van de fabriekshal heeft geleid tot grote woede onder de bevolking in Bangladesh over de vaak slechte werkomstandigheden in het land. Ook dinsdag heeft dit geleid tot protesten. Hierbij zijn duizenden textielarbeiders slaags geraakt met de politie.

Ten minste honderd mensen zijn bij deze gevechten gewond geraakt, berichtte het persbureau UNB. De arbeiders eisen de doodstraf voor de nalatige eigenaar van het bedrijfsgebouw.

De verontwaardigde textielarbeiders koelden hun woede op zeker twintig auto's en probeerden het kordon dat de politie rond de rampplek had gelegd te doorbreken. Die trok daarop de wapenstok en deelde rake klappen uit. Volgens UNB zijn 22 gewonden in het ziekenhuis opgenomen.