IJslandse kiezers hebben centrumrechts na vijf jaar terug in het zadel geholpen tijdens de parlementsverkiezingen van zaterdag.

Volgens de eerste uitslagen kregen de twee centrumrechtse partijen samen ongeveer de helft van de kiezers achter zich. Dat bleek na telling van 20 procent van de stemmen.

De conservatieve leider Bjarni Benediktsson (43) van de Onafhankelijkheidspartij is de gedoodverfde nieuwe premier. Hij wil onder meer de belastingen verlagen en is tegen toetreding van IJsland tot de Europese Unie.

De eilandstaat zit sinds 2009 in de wachtkamer van de EU. Benediktsson en Sigmundur David Gunlaugsson (38) van de liberale Progressieve Partij, verklaarden zondag in Reykjavik al hun bereidheid om coalitieonderhandelingen te beginnen.

De regering van de huidige sociaaldemocratische premier Jóhanna Sigurdardottir (70) is hard afgestraft door het electoraat. De twee centrumlinkse coalitiepartijen verliezen bijna de helft van hun zetels in de Althing, het IJslandse parlement.

'Meltdown'

De verkiezingswinnaars van zaterdag regeerden het land decennialang. De financiële 'meltdown’ van 2008 maakte daar een einde aan. In enkele dagen stortte het systeem volledig in, overigens ook tot schrik van Nederlandse spaarders die hun geld tegen relatief hoge rente bij internetbank Icesave hadden gestald.

Het IJslandse bankwezen was in de jaren daarvoor veel groter gegroeid dan de reële economie en werd nauwelijks in toom gehouden door toezichthouders. Het kleine land kwam na de ineenstorting dan ook in een diepe crisis terecht.

Onvrede

Kiezers hielden hun politieke leiders medeverantwoordelijk voor het debacle en hielpen de sociaaldemocraten aan de macht. Zij wisten de economische situatie te stabiliseren: de werkloosheid en het begrotingstekort daalden fors en de economie vertoont sinds twee jaar weer groei.

Tegelijkertijd groeide echter de onvrede onder de bevolking over harde bezuinigingen, oplopende belastingen en het onvermogen van de regering om iets te doen aan de hoge schuldenlast van huishoudens.