Zeker 123 mensen zijn woensdag om het leven gekomen doordat een acht verdiepingen tellend gebouw instortte in Savar in Bangladesh. Meer dan 1000 mensen raakten gewond, zeiden de plaatselijke autoriteiten.

Het gaat om het Rana Plaza, waarin een kledingfabriek en een winkelcentrum waren gevestigd. Savar ligt 30 kilometer buiten de hoofdstad Dhaka. Volgens de politie hadden de eigenaren van het gebouw waarschuwingen genegeerd om niemand binnen te laten, nadat dinsdag een scheur in het gebouw was ontdekt.

Een woordvoerder van de brandweer meldde dat er op het moment van het instorten ongeveer 2000 mensen in het complex waren. ''Het lijkt wel of er een aardbeving is geweest'', aldus een ooggetuige. De brandweer en andere reddingswerkers waren de hele ochtend bezig om mensen onder het puin vandaan te halen.

De groeiende kledingindustrie in Bangladesh is in de afgelopen jaren vaker geteisterd door branden en andere ongelukken als gevolg van slechte veiligheidsmaatregelen. In november vorig jaar kwamen nog 112 arbeiders om door een brand in een kledingfabriek in een industriegebied niet ver Savar.

C&A

De Nederlandse kledingketen C&A heeft naar aanleiding van mediaberichten laten weten ''geen contractuele relaties met een van de productiefaciliteiten in het gebouw'' te hebben.

Een importeur die tot in 2011 kleding voor C&A invoerde, was volgens het bedrijf wel in het gebouw gevestigd. Op de website van de importeur staat C&A nog wel als klant, maar die informatie klopt niet volgens de kledingketen.

Geen incident

Het instorten toont aan dat Nederlandse bedrijven die in dat land kleding laten maken, hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Dat heeft minister Lilianne Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) woensdag laten weten. Ze zegt ''met afschuw'' kennis te hebben genomen van het ongeluk.

''De onveiligheid in textielfabrieken in Bangladesh is structureel en zeer schrijnend. We mogen niet accepteren dat textielarbeiders enorme veiligheidsrisico’s moeten lopen om voor ons spijkerbroeken en T-shirts te maken'', aldus Ploumen. De bedrijven moeten volgens richtlijnen van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) weten welke risico's er zijn en die gevaren zo klein mogelijk maken.

Eerder dit jaar bracht Ploumen de Nederlandse textielsector en maatschappelijke organisaties bijeen, nadat meer dan 100 arbeiders door een brand in Bangladesh om het leven waren gekomen. Ze wil dat de sector met een gezamenlijk plan van aanpak komt om de risico's in kaart te brengen.