Twee dagen na de verwoestende aardverschuiving in Tibet waarbij 83 mijnwerkers werden bedolven onder een metershoge steenmassa, is de hoop op het vinden van overlevenden vrijwel vervlogen.

De reddingsoperatie wordt bemoeilijkt door vrieskou en kleinere aardverschuivingen. Bovendien hebben reddingswerkers last van hoogteziekte.

Tot nu toe zijn elf doden geborgen, zo meldt persbureau AP zondagmiddag. Het getroffen gebied, circa 70 kilometer ten oosten van de hoofdstad Lhasa, ligt op ongeveer 4600 meter hoogte.