Een VN-conferentie over de regulering van internationale wapenhandel is donderdag mislukt. Iran, Syrië en Noord-Korea blokkeerden het beoogde verdrag, dat de handel in wapens en munitie aan banden had moeten leggen.

Secretaris-generaal Ban Ki-moon reageerde diep teleurgesteld over het uitblijven van een akkoord. ''Een overeenkomst was binnen handbereik'', verzuchtte hij. Het verdrag kon alleen worden aangenomen als geen van de 150 landen tegen zou stemmen.

Voorstanders zinnen nu op een andere manier om het verdrag alsnog aangenomen te krijgen; een aantal landen heeft voorgesteld om er binnenkort op de Algemene Vergadering van de VN over te stemmen. Daar zou een meerderheid van twee derde voldoende zijn. Het verdrag treedt vervolgens in werking als 50 landen het hebben geratificeerd.

Bindende regels

Het verdrag is bedoeld om bindende regels te stellen aan de internationale wapenhandel. De gedachte erachter is dat het risico op schendingen van de mensenrechten en terrorisme wordt verkleind als het moeilijker wordt om aan wapentuig te komen.

De ambassadeur van Iran zei dat zijn land op zich voor een wapenverdrag is. Het huidige concept zou echter juridische fouten bevatten en ''discriminerend'' zijn. Bovendien miste Iran een bepaling die wapenleveranties aan rebellengroepen verbiedt.

Embargo's

Alle drie de dwarsliggers hebben zelf momenteel te maken met wapenembargo's. Iran en Noord-Korea mogen van de VN-Veiligheidsraad niet de wapenmarkt op vanwege hun nucleaire programma's.

De Europese Unie heeft een wapenembargo ingesteld tegen Syrië, waar al twee jaar een bloedige burgeroorlog woedt. Het wapentuig komt grotendeels uit Iran, denken Westerse inlichtingendiensten.