De Bosnische Servische kopstukken Mico Stanisic en Stojan Zupljanin hebben woensdag beiden 22 jaar cel gekregen voor misdaden die ze hebben begaan tijdens de oorlog in Bosnië (1992-1995).

De twee werden schuldig bevonden aan misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden.

De aanklagers van het Joegoslavië-Tribunaal hielden Stanisic onder meer verantwoordelijk voor vervolging, uitroeiing, moord, deportaties en martelingen in twintig gemeenten in Bosnië.

Stanisic was in die tijd minister van Binnenlandse Zaken van de uitgeroepen Servische republiek in Bosnië. Zupljanin fungeerde als chef van de regionale veiligheidsdiensten in de stad Banja Luka en stond terecht voor misdaden in acht gemeenten.

Beide verdachten worden onder meer in verband gebracht met de beruchte kampen Omarska, Keraterm en Trnopolje. Duizenden mensen werden daar gevangen gehouden en stonden bloot aan mishandelingen, martelingen, executies, verkrachting en/of roof.

De misdaden waren volgens de aanklagers zo ernstig dat ze levenslang hadden moeten krijgen.