De moslimminderheid in Myanmar dreigt slachtoffer te worden van een humanitaire ramp, waarschuwt Human Rights Watch (HRW). 

Meer dan 125.000 Rohingya-moslims in de staat Arakan werden vorig jaar uit hun dorpen gejaagd door milities van de boeddhistische meerderheid. Ze verblijven nog altijd in provisorische kampen.

Volgens HRW hebben de Rohingya nu al te weinig voedsel en medicijnen, maar dreigt een catastrofe wanneer in mei het regenseizoen begint. Volgens de mensenrechtenorganisatie staan de meeste kampen in laaggelegen gebieden die zeer gevoelig zijn voor overstromingen.

Ook de Europese Unie en de VN dringen aan op maatregelen. Volgens HRW zet de regering zich echter totaal niet in voor de moslimminderheid. Hulporganisaties die het gebied in willen, worden bovendien tegengewerkt.

President Thein Sein kan zich niet vinden in de beschuldigingen. Hij liet eerder weten dat de Rohingya voldoende zijn voorbereid op het regenseizoen.