De VN-Veiligheidsraad heeft maandag de machtsgreep door rebellen in de Centraal-Afrikaanse Republiek veroordeeld. 

Rebellengroepering Séléka joeg president François Bozizé zondag het land uit. Hij vluchtte naar buurland Congo toen zijn tegenstanders na hevige gevechten de hoofdstad Bangui veroverden.

De leider van de opstandelingen, Michel Djotodia, heeft zichzelf tot nieuwe president laten benoemen. Hij heeft inmiddels de grondwet buiten werking gesteld en het parlement ontbonden. Binnen drie jaar moeten er democratische verkiezingen komen, verklaarde Djotodia.

Voor de Veiligheidsraad is de gang van zaken onacceptabel. De raad zint nog op vervolgstappen en riep alle partijen op om af te zien van geweld. De gevechten hebben al tientallen levens geëist, onder meer die van 13 Zuid-Afrikaanse militairen die de rebellen tegen wilden houden.

Twee methodes

De Centraal-Afrikaanse Republiek is ondanks zijn bodemschatten een van de armste landen van Afrika. Sinds de onafhankelijkheid van Frankrijk in 1960 volgden diverse staatsgrepen, later afgewisseld door democratische verkiezingen.

De verdreven president Bozizé gebruikte beide methodes om aan de macht te komen. In 2002 pleegde hij een coup, drie jaar later wist hij de presidentsverkiezingen te winnen.

2011

De kiem van het huidige conflict werd al in 2011 gelegd, toen de oppositie 'oneerlijke' verkiezingen boycotte. Uiteindelijk sloten de partijen een compromis: de macht zou worden gedeeld en 2.000 rebellen moesten in het leger opgenomen worden. De rebellen beschuldigen de afgezette president ervan dat hij zich niet aan die afspraken heeft gehouden.