Europa gaat de komende weken werken aan een besluit over de mogelijke levering van wapens aan de oppositie in Syrië. 

Ook wordt gekeken hoe het wapenembargo op andere manieren aangepast kan worden, zodat de tegenstanders van de Syrische president Bashir al-Assad sterker worden.

Dat bleek na overleg tussen de EU-ministers van Buitenlandse Zaken in het Ierse Dublin.

De Fransen en Britten pleitten openlijk voor het leveren van wapens aan de oppositie. Maar er is veel tegenstand. Veel landen, waaronder Nederland, vrezen een escalatie van het conflict of een mogelijke verspreiding naar andere gebieden in de regio als er meer wapens naar Syrië gaan. Ook zijn de landen bang dat de wapens in de verkeerde handen komen.

Argumenten

''Die zorgen worden breed gedeeld'', aldus minister Frans Timmermans na afloop van het overleg in Dublin. ''Ook door Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.'' Nu moet discussie in de komende weken uitwijzen welke argumenten doorslaggevend zijn.

Timmermans constateerde echter ook dat ''de argumenten niet veel in beweging zijn''. Volgens de minister is het aan de landen die de wapens willen leveren de taak de andere landen te overtuigen hoe een verergering van het conflict vermeden kan worden.

Sceptisch

''Het kan en zal niet zo zijn dat Europa extremisten gaat ondersteunen'', zei de Duitse minister Guido Westerwelle na afloop. Duitsland blijft ''onverminderd sceptisch'' over het leveren van wapens. Meer wapens betekent niet automatisch ook minder burgerslachtoffers, aldus Westerwelle.

Voor 1 juni, wanneer het wapenembargo afloopt, moet blijken of Europa tot een gemeenschappelijk standpunt komt. De landen spraken af dat zij tot die tijd niet op eigen houtje zouden optreden. Bij aankomst zei de Britse minister William Hague nog dat zijn land eventueel bereid is zelf wapens te leveren.

Lees meer over de onrust in Syrië in ons dossier