De Sociëteit van Jezus (jezuïeten), waartoe de nieuwe paus behoort, is met ongeveer 19.000 leden de grootste religieuze orde in de Rooms-Katholieke Kerk.

Hoewel de generaal-overste van de orde wel eens de zwarte paus wordt genoemd, heeft de orde nog nooit een paus voortgebracht.

De orde is in Nederland onder meer bekend door zijn scholen. Scholen als het Canisius College in Nijmegen en het Aloysius College in Den Haag golden als opleidingsinstituten voor de katholieke elite.

Onder anderen oud-premier Ruud Lubbers, D66-oprichter Hans van Mierlo, oud-PvdA-politicus Erik Jurgens en vele kinderen van katholieke ondernemers hebben een opleiding gevolgd aan een middelbare school van de jezuïeten. De orde richt zich erop in alle takken van wetenschappen vertegenwoordigers te hebben.

Ignatius van Loyola

De orde is in 1534 opgericht door een groep vrienden rond de Spanjaard Inigo Lopez de Loyola, beter bekend als Ignatius van Loyola. Hij was de zoon van een edelman en leidde een losbandig leven tot hij in 1521 tijdens de Franse belegering van de Noord-Spaanse stad Pamplona gewond raakte.

Hij kwam tot inkeer en maakte in 1534 een pelgrimsreis naar Palestina. In 1540 keurde paus Paulus III de statuten van de orde goed. Bij de dood van Ignatius in 1556 had de orde al meer dan 1000 leden.

In de 18e eeuw zetten vooral de Franse koningen en geestelijken de paus onder druk om de orde te verbieden. Zij vonden haar te machtig. Clemens XIV gaf toe aan die druk en hief de jezuïeten in 1773 op.

De vorsten Frederik de Grote van Pruisen en Catharina II van Rusland trokken zich niets van het pauselijk besluit aan, waardoor de orde in hun vorstendom bleef voortbestaan. Bovendien kwam het verbod nooit aan in het Verre Oosten, India en China.

Pius VII

In 1814 herstelde paus Pius VII de orde. Vooral de in Amsterdam geboren Jan Philip Roothaan heeft als 21e generaal-overste (1829-1853) zich zeer ingespannen voor de opbouw van de jezuïeten.

Hij wordt wel de tweede stichter van de orde genoemd. Ook recentelijk stond een Nederlander aan het hoofd van de jezuïeten. Peter-Hans Kolvenbach was van 1983 tot en met 2008 generaal-overste.

Hij kwam aan de leiding van de jezuïeten, nadat paus Johannes Paulus II zijn zieke voorganger Pedro Arrupe aan de kant had geschoven. De paus vond dat de jezuïeten te veel hun eigen weg gingen en plaatste twee paters aan het hoofd die hen weer in het gareel moesten brengen.

Lees een profiel van de nieuwe paus

Ingenomen reacties op komst paus Franciscus I

Achtergrond: Conclaaf heeft oude regels met moderne twist