Het Openbaar Ministerie (OM) heeft hoger beroep aangetekend tegen het vonnis in de zaak tegen de Rwandese Yvonne Basebya. 

Volgens justitie heeft de 66-jarige vrouw actief meegewerkt aan de genocide in haar land in 1994. Het OM had levenslang geëist, maar de Haagse rechtbank legde 6 jaar en 8 maanden cel op.

De rechtbank sprak Basebya vrij op een aanzienlijk aantal punten van de aanklacht, waaronder moord en het medeplegen van genocide. De rechter verklaarde wel bewezen dat de Rwandese kansarme jongeren heeft gerekruteerd en aangezet tot genocide.

Maximale straf

De maximale straf voor opruiing tot genocide was in de periode dat de feiten zich voordeden 5 jaar cel. Omdat Basebya het misdrijf herhaaldelijk heeft gepleegd, kon de rechter de straf oprekken tot de opgelegde 6 jaar en 8 maanden. Inmiddels staat op aanzetten tot genocide 30 jaar cel.

Basebya hitste op openbare bijeenkomsten jongeren op Tutsi's in haar wijk in de Rwandese hoofdstad Kigali uit te roeien. De vrouw heeft de feiten ontkend, maar een aantal getuigen, onder wie directe buren van de vrouw, heeft belastende verklaringen afgelegd.

Onvoldoende recht

Direct na de uitspraak zei het OM dat het op zichzelf tevreden was met het vonnis, omdat dit duidelijk maakt dat daders achter de schermen niet onbestraft blijven. Maar tegelijkertijd vond justitie dat de beperkte gevangenisstraf onvoldoende recht doet aan de misdaden die Basebya heeft begaan.

In april 1994 kwam het in Rwanda tot bloedvergieten op ongekende schaal. In korte tijd zijn naar schatting 800.000 Tusti's en gematigde Hutu's afgeslacht.

Yvonne Basebya vestigde zich in 1998 in Nederland en heeft sinds 2004 de Nederlandse nationaliteit. Zij werd in juni 2010 aangehouden in het genocideonderzoek van het landelijk parket van het OM en de Nationale Recherche.