ANKARA - In Turkije lijkt een wapenstilstand ophanden tussen de staat en de Koerdische gewapende groep de PKK. 

Volgens ingewijden wil PKK-leider Abdullah Öcalan een bestand en is hij met de Turkse regering overeengekomen dat PKK-strijders in Turkije zich terugtrekken uit kampen in Noord-Irak. De hoop is dat vervolgens ook het leger een bestand in acht zal nemen, zodat onderhandelingen alle ruimte krijgen.

Premier Recep Tayyip Erdogan heeft aangegeven dat als de PKK zich terugtrekt, er stappen gezet kunnen worden. Afgelopen zaterdag brachten drie Koerdische politici een bezoek aan Öcalan, die sinds 1999 gevangen zit op het gevangeniseiland Imrali.

De Turkse regering onderhandelt sinds begin januari met de PKK-leider via agenten van de Turkse geheime dienst MIT. Er zijn nog geen concrete stappen gezet die tegemoet komen aan de eisen van de PKK en de Koerdische politieke beweging, zoals een vorm van zelfbestuur voor de Koerden en een nieuwe grondwet.

Staakt-het-vuren

Een staakt-het-vuren zou in ieder geval voorlopig een eind maken aan bijna dertig jaar geweld tussen het leger en de PKK. Dat geweld heeft al aan zo'n veertigduizend mensen het leven gekost. De strijd was vorig jaar juist weer opgelaaid, met opnieuw aan beide kanten vele doden.

Erdogan lijkt haast te hebben met het werken aan een oplossing voor de Koerdische kwestie: volgend jaar zijn er voor het eerst directe presidentsverkiezingen en hij zal zich kandidaat stellen. De zaak is des te urgenter geworden door de situatie in Syrië, waar Koerden een vorm van zelfbestuur hebben gecreëerd. Het versterkt het Turks-Koerdische verlangen naar meer zeggenschap over zichzelf.