TUNIS - Het hoofdkwartier van de regeringspartij in Tunesië, Ennahda, is woensdag door betogers aangevallen. Zij stichtten er brand.

De menigte uitte haar woede over de moord op een van de meest vooraanstaande opposanten van de regering van islamisten, Chokri Belaid.

Deze 48-jarige leider van een linkse seculiere partij werd woensdag voor zijn woning in Tunis doodgeschoten.

Veel betogers verdenken de regering ervan achter de aanslag te zitten. De partij heeft betrokkenheid bij de moord verontwaardigd tegengesproken.

Staking

De oppositie in Tunesië heeft opgeroepen tot een algemene staking. 

Basma, de vrouw van Belaid, zei voor de Franse zender Europe 1 dat haar man elke dag werd bedreigd. Daarom ging hij nooit alleen weg. Zij en Belaids broer Abdelmajid beschuldigden de regering ervan dat die achter de moord zit.

''Heel het land weet dat. Wij hebben diverse keren het ministerie van Binnenlandse Zaken gewaarschuwd. Sommige moskeeën vroegen onomwonden om zijn dood'', zei Belaids weduwe.

Sidi Bouzid

In Sidi Bouzid, bijna 200 kilometer ten zuidwesten van Tunis, schoot de politie in de lucht en gebruikte traangas om de betogers te verspreiden.

Sidi Bouzid geldt als de bakermat van de Arabische Lente. In december 2010 stak een diep teleurgestelde jongeman, Mohamed Bouazizi, zichzelf in brand.

Het ontketende massale protesten tegen het corrupte regime van Zine al-Abidine Ben Ali en zijn echtgenote Leila Trabelsi. Ze vluchtten 14 januari 2011 het land uit.

Ministerie

Ook bij het ministerie van Binnenlandse Zaken in Tunis gebruikte de politie traangas om demonstranten tegen de moord op Belaid te verdrijven.

President Moncef Marzouki was woensdag op het moment van de moordaanslag in Straatsburg op bezoek bij het Europese Parlement.

Hij zei dat hij doorgaat met de strijd tegen de vijanden van de revolutie en betreurde dat de democratisering een langzaam en gecompliceerd proces is.

Dossier Arabische Lente