AMSTERDAM - Ongeveer een miljoen Syriërs lijden honger. Dat blijkt dinsdag uit een schatting van de Verenigde Naties (VN).

De meeste van deze mensen zouden in gebieden wonen waar op dit moment gevochten wordt tussen rebellen en het leger van president Bashar al-Assad. 

Volgens woordvoerster van het VN-wereldvoedselprogramma Elisabeth Byrs betekent het gebrek aan veiligheid en het feit dat de haven van het Syrische Tartous niet gebruikt kan worden dat een groot aantal mensen geen hulp kan krijgen.

"Onze belangrijkste partner, de Rode Halvemaan, is overbelast en heeft geen mogelijkheden meer om de hulpverlening uit te breiden", aldus Byrs.

Ook trekken de VN steeds meer medewerkers van het Wereldvoedselprogramma terug uit gevaarlijke steden als Homs en Aleppo.

Opstand

De crisis in Syrië komt voort uit de opstand tegen het autoritaire regime van Assad, die bijna twee jaar geleden begon. In navolging van demonstraties en revoluties in andere Arabische landen gingen in maart 2011 Syriërs massaal de straat op.

De regering slaat tot op de dag van vandaag met harde hand terug. Het conflict zou volgens de recente schattingen van de VN al meer dan 60.000 mensenlevens hebben geëist.

Vluchtelingenorganisatie UNHCR schat dat er in de afgelopen maand 100.000 Syriërs het land zijn ontvlucht. Het totaal van geregistreerde vluchtelingen staat dinsdag op bijna een half miljoen.

Lees alles over de onrust in het Midden-Oosten