AMSTERDAM - Tanja Nijmeijer wilde vroeger non worden. Op de universiteit verloor ze echter haar geloof in God.

Dat heeft de Nederlandse FARC-strijdster gezegd in een interview met de Britse krant The Guardian.

De in Denekamp geboren Nijmeijer vertelt dat ze is grootgebracht in een heel katholiek gezin en dat ze daarom non wilde worden.

"Toen ik met school begon, raakte ik flink aan het twijfelen over religie en het bestaan van God. Op de universiteit werd ik een overtuigde atheïst." Nijmeijer treedt namens de FARC als onderhandelaar op bij de vredesbesprekingen met de Colombiaanse regering in Cuba.

Missen

Na een maand in de Cubaanse hoofdstad Havana te hebben verbleven, mist ze de jungle en haar kameraden, zegt ze. Verder geeft ze aan dat als de vredesbesprekingen slagen, ze een FARC-strijdster blijft.

"Als we vrede en sociale rechtvaardigheid bewerkstelligen, zou ik bij de FARC blijven en blijven doen wat nodig is."

Tolk

De Nederlandse gaat ook in op de bewering van een door de FARC ontvoerde en in 2008 bevrijde Amerikaan, Marc Gonsalves. Nijmeijer werd destijds gekozen om op te treden als tolk voor Gonsalves en de twee andere Amerikanen die net als hij waren ontvoerd.

Gonsalves zei in november tegen de Miami Herald dat hij zich erg bedreigd voelde door de Nederlandse. Ook noemde hij haar ‘een echte terrorist'.

Nijmeijer zegt zich te herinneren dat Gonsalves eens tegen haar heeft gezegd dat de regering van zijn land de hele FARC in zes maanden tijd kan uitroeien. Daarop zou zij hem hebben toegebeten dat zij in dat geval allemaal zouden sterven.

Medelijden

Nijmeijer stelt nu echter dat ondanks haar harde woorden, ze medelijden had met de gijzelaars. "Als het leven in de jungle voor mij al zo moeilijk was, terwijl ik voor dit leven heb gekozen, hoe moeilijk moet het dan zijn geweest voor de mensen die niet voor zo'n leven hebben gekozen."

De strijdster zegt voorts geen spijt te hebben van haar keuze zich bij de FARC aan te sluiten. "Ik maak deel uit van een gewapende beweging en wapens doden mensen. Niemand ontkent dat. Het moeilijkste aan het leven bij de guerrillabeweging vind ik de dood van mijn kameraden."

Dood

Zo herinnert ze zich de dood van haar vroegere commandant Mono Jojoy bij een luchtaanval op haar kamp in 2010, waar zij ook bij was.

"Ik hoorde de helikopter en toen vielen er zo veel bommen dat ik zei: nee, dit is waar het stopt. Na de eerste bommen hoorden we Mono schreeuwen: ‘Haal de mensen hier weg!'. Dat waren zijn laatste woorden."