DAMASCUS - Zeker acht burgers zijn zondag omgekomen, toen Syrische gevechtsvliegtuigen het Palestijnse vluchtelingenkamp Yarmouk in het zuiden van de hoofdstad Damascus bombardeerden.

Dat heeft het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten zondag gemeld.

Er zouden bommen zijn terechtgekomen bij het al-Basselziekenhuis in het kamp. Het is volgens het observatorium de eerste keer dat het Syrische leger het kamp heeft aangevallen. Het ligt dicht bij wijken die het toneel zijn van hevige gevechten tussen de regering en de oppositie.

Andere aanhangers van de oppositie meldden dat een moskee in Yarmouk is aangevallen. Zij zeiden dat zeker 25 mensen zijn gedood.

Bekijk hier beelden van na de bombardementen

Grootste kamp

Yarmouk is in 1957 ontstaan. Het was bedoeld voor Palestijnen uit het huidige Israël die tot dan toe een zwervend bestaan leidden. Met een oppervlakte van ruim 2 vierkante kilometer is het het grootste Palestijnse kamp in Syrië. In 2004 woonden er meer dan 137.000 mensen.

Zowel de Palestijnse president Mahmoud Abbas als de Palestijnse beweging Hamas veroordeelde de aanval scherp.

Opleidingsinstituut

Ook op andere plekken vielen zondag doden. Bij bombardementen door het Syrische leger van de plaats Helfaya in de provincie Hama vielen 25 slachtoffers, meldden activisten. Het leger zou artillerie en vliegtuigen hebben gebruikt.

Een commandant van de islamitische Tawheedbrigade meldde zondag dat de opstandelingen zaterdag een opleidingsinstituut van het Syrische leger nabij de noordelijke stad Aleppo hebben veroverd. Dat gebeurde na vijf dagen van gevechten.

Zeker 100 militairen zijn gevangengenomen. 150 anderen zouden zich bij de opstandelingen hebben aangesloten.

Alles over de onrust in het Midden-Oosten