OSLO - Honderden mensen hebben zondagavond in de straten rond het parlementsgebouw in de Noorse hoofdstad Oslo deelgenomen aan een fakkeloptocht tegen de toekenning van de Nobel-vredesprijs aan de Europese Unie.

"Dit gaat volledig in tegen het idee van Alfred Nobel die voor ontwapening was", zei Tomas Magnusson van het Internationale Vredesbureau, dat de prijs in 1910 won.

Dimitris Kodelas, parlementslid van de linkse Griekse oppositiepartij Syriza, zei dat hij eerst dacht dat het een grap was toen hij hoorde dat de prijs was toegekend aan de EU. Hij zei dat er een humanitaire crisis heerst in zijn land en dat het beleid van de EU grote spanningen veroorzaakt in Europa. "Het tart onze logica en het is ook beledigend", zei hij.

Kritiek op de toekenning is ook geuit door de vroegere prijswinnaars Desmond Tutu, Mairead Maguire en Adolfo Perez Esquivel. De EU staat haaks op de waarden waarmee de prijs in verband wordt gebracht, omdat zij op militaire kracht vertrouwt om veiligheid te verzekeren, zeggen zij.

Barroso

Voorzitter van de Europese Commissie José Manuel Barroso erkent dat de EU niet bij machte was de Balkan-oorlogen te voorkomen. Het ontbreken van zulk gezag is volgens hem 'een van de krachtigste argumenten voor een sterkere Europese Unie'.

Voorzitter Herman Van Rompuy van de Europese Raad toonde zich optimistisch dat de EU sterker uit de crisis zal komen. "Wij willen dat Europa weer een symbool van hoop wordt", zei hij. De EU wil het geld dat aan de prijs is verbonden, 930 duizend euro, verdubbelen en aan projecten schenken om kinderen in conflictzones te helpen.

Barroso is samen met Van Rompuy en de voorzitter van het Europese Parlement Martin Schulz in Oslo om de prijs maandag in ontvangst te nemen. Een twintigtal regeringsleiders, onder wie de Duitse bondskanselier Angela Merkel, de Franse president François Hollande en de Britse vicepremier Nick Clegg, is eveneens van de partij.