DHAKA - De eigenaar van de Bengalese fabriek waar afgelopen weekeinde bij een brand 112 mensen omkwamen wist niet dat er een nooduitgang in het gebouw had moeten zitten.

Dat heeft de eigenaar tegen een Bengalese krant gezegd. Het is opnieuw een teken dat de top van de kledingindustrie in het land niet stilstaat bij de veiligheid van zijn werknemers.

"Het was mijn schuld", zei de eigenaar, Delwar Hossain. "Maar niemand heeft me verteld dat er geen nooduitgang was die vanaf buiten ook open kon. Niemand heeft me überhaupt geadviseerd om zo'n nooduitgang te plaatsen, naast de uitgangen die er al waren. Ik had het kunnen doen, maar niemand heeft dat ooit geopperd."

De fabriek, die in een voorstad van Dhaka stond, maakte kleren voor westerse concerns zoals Wal-Mart, C&A en Disney. Toen de brand uitbrak zaten de werknemers als ratten in de val omdat de deuren op slot zaten. Volgens de brandweer zou het dodental veel lager zijn uitgevallen als het gebouw een nooduitgang had gehad.

Niet verantwoordelijk

Medewerkers van de fabriek die met persbureau AP spraken lijken Hossain niet verantwoordelijk te houden voor het drama. Volgens een van de medewerkers is de eigenaar een 'vriendelijke man' die zijn werknemers opslag gaf en soms managers over wie werd geklaagd ontsloeg. "Hij ontsloeg geen arbeiders", aldus Mohammed Rajib. "Hij zei tegen ons: 'Jullie zijn mijn mensen. Als jullie overleven, overleef ik ook'."

De Bengalese minister van arbeid heeft aangekondigd dat fabrieken die maar één of geen nooduitgang hebben zullen worden gesloten totdat de veiligheid van de werknemers is gewaarborgd. Vanaf wanneer dit beleid gaat gelden, en hoe de regering het denkt af te dwingen, is onduidelijk.