DEN HAAG - Een strafkamer van het Joegoslavië-Tribunaal heeft donderdag ex-premier Ramush Haradinaj van Kosovo opnieuw vrijgesproken van de aanklacht van oorlogsmisdaden. 

De rechters vinden niet bewezen dat hij zich in 1998 schuldig heeft gemaakt aan moord, marteling en andere misdaden.

Volgens de VN-aanklagers werden Servische en Albanese burgers daar het slachtoffer van. Haradinaj was toen een belangrijke commandant van het Kosovo-Bevrijdingsleger (UÇK) van etnische Albanezen die vochten tegen de Servische autoriteiten in Belgrado.

Haradinaj was in 2008 al een keer vrijgesproken, maar van de Kamer van Beroep van het VN-hof moest het proces gedeeltelijk over. Tijdens het proces in eerste aanleg waren namelijk getuigen geïntimideerd, die daarom weigerden naar Den Haag te komen.

Ontvoering

De rechters in het tweede proces achtten trouwens wel bewezen dat in 1998 burgers in Kosovo werden ontvoerd, gemarteld en doodgeslagen door het UÇK. De bewezen geachte misdaden waren Haradinaj echter niet ten laste gelegd.

Hoofdaanklager Serge Brammertz van het Joegoslavië-Tribunaal bestudeert de uitspraak alvorens te beslissen of hij in hoger beroep gaat. Dat heeft een zegsman van de Belgische VN-magistraat donderdag desgevraagd gezegd. ''Het vonnis wordt geanalyseerd om te bepalen wat de mogelijkheden zijn'', aldus de woordvoerder.

Servië

In Servië wordt bitter gereageerd op de vrijspraak van Haradinaj. De Servische Progressieve Partij van president Tomislav Nikolic zegt in een verklaring dat Servië alle gesprekken met het tribunaal moet stopzetten. Dat meldde Omroep B92 donderdag.

''Het tribunaal heeft nu zijn masker afgelegd en bevestigt nogmaals dat niemand schuldig is aan de moorden op Serviërs”, aldus de verklaring van de partij.

Volgens de verbindingsman van de Servische regering met het tribunaal, minister Rasim Ljajic, is het overduidelijk dat de vrijspraak het proces van verzoening op de Balkan zal bemoeilijken.