ROME - Paus Benedictus XVI wil dat meer mensen Latijn gaan leren. Hij heeft daarvoor in het Vaticaan een nieuwe afdeling opgericht onder het motto: Pro Dei amore Latinam linguam discite (Leer Latijn voor de liefde voor God).

Latijn was traditioneel de taal van de lithurgie in de Rooms-Katholieke Kerk. Ook is Latijn de ambtelijke taal van het Vaticaan.

De kleinste staat ter wereld is de enige met een dode taal als officiële taal.

De nieuwe Pauselijke Academie voor Latijnse Studies valt onder het ministerie van Cultuur van de kerkelijke staat. De statuten van de nieuwe instelling zijn uiteraard in het Latijn geschreven.

Benedictus is teleurgesteld over het niveau van de studenten op priesteropleidingen. De kerkvorst hoopt te bereiken dat jonge priesters meer theologische teksten in de originele Latijnse taal gaan lezen.

Eerder al gaf de paus meer ruimte aan de traditionele Latijnse mis, die het sinds het Tweede Vaticaanse Concilie moest afleggen tegen de mis in de landstaal.

Voorgangers

Benedictus' voorgangers Johannes XXIII en Paulus VI probeerden al in respectievelijk 1962 en 1976 het Latijn nieuw leven in te blazen.

Paus Johannes publiceerde de tekst Veterum Sapientiae over de wijsheid van de klassieke oudheid, en paus Paulus richtte de Latijn-Stichting op die het tijdschrift Latinitas uitgeeft. De resultaten van deze initiatieven vindt Benedictus onvoldoende.

Sprekers

Een van de problemen van het Latijn als dode taal is dat er geen sprekers zijn die nieuwe woorden verzinnen voor nieuwe voorwerpen en verschijnselen in het moderne leven. De priester Carlo Egger probeerde in 1992 dat gat de vullen met zijn Lexicon Recentis Latinitas.

Voor zijn woordenboek van eigentijds Latijn verzon hij termen als machina linteorum lavatoria (wasmachine), fluxus interclusio (file) en exterioris paginae puella (covergirl).