BEIROET - Bij een reeks ontploffingen aan de noordwestelijke rand van de Syrische hoofdstad Damascus zijn dinsdag zeker dertien mensen omgekomen. Er vielen ten minste dertig gewonden. Dat hebben de Syrische regering en activisten gezegd.

Drie explosies in het district al-Wuroud, vlakbij het plaatsje Qudsaya, brachten volgens staatspersbureau SANA dood en verderf en richtten veel schade aan.

Activisten schreven de ontploffingen toe aan bommen die waren geplaatst op een plein vlakbij gebouwen van de Republikeinse Garde. Dat keurkorps, dat onder bevel staat van president Bashar Assads broer Maher, verdedigt de hoofdstad.

Veiligheidsraad

Internationaal gezant Lakhdar Brahimi noemde de gebeurtenissen in Syrië dinsdag een 'grote ramp'. Brahimi, die evenmin als zijn voorganger Kofi Annan een oplossing wist te vinden voor de burgeroorlog, legde het lot van Syrië in handen van de Veiligheidsraad.

Er wordt nu gewerkt aan 'een bindende resolutie van de Veiligheidsraad' om een politieke route naar verandering in Syrië te openen, zei Brahimi in de pan-Arabische krant Al-Hayat.

De tijd dringt, waarschuwde Brahimi in Al-Hayat. "De situatie in Syrië is erg gevaarlijk. Ik denk dat als de crisis niet op een goede manier wordt opgelost, het gevaar van een nieuw Somalië dreigt. Dat betekent de ineenstorting van de staat, en de opkomst van krijgsheren en strijdgroepen."

Lees alles over de onrust in het Midden-Oosten in ons dossier.