Weer luchtaanvallen op Damascus

DAMASCUS - Het oorlogsgeweld in Syrië is ook maandag op de vierde en laatste dag van de beoogde wapenstilstand gewoon doorgegaan.

Gevechtsvliegtuigen voerden in en rond de hoofdstad Damascus aanvallen uit op stellingen van rebellen.

Vooral de voorstad Harasta, ten noordoosten van Damascus, kreeg het volgens oppositiebronnen te verduren. Harasta geldt als een sterk rebellenbolwerk.

VN-gezant Lakhdar Brahimi had de wapenstilstand voorgesteld en hierover afspraken gemaakt met regeringsleger en rebellen met het oog op het islamitische Offerfeest. Al op de eerste dag bleek het bestand niet te houden.

Ban Ki-moon

Secretaris-generaal Ban Ki-moon van de Verenigde Naties zei maandag diep teleurgesteld te zijn over het mislukken van de wapenstilstand. Hij riep de strijdende partijen op onmiddellijk te stoppen met vechten.

''Deze crisis kan niet worden opgelost met meer wapens en bloedvergieten'', zei Ban in de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul, waar hij een vredesprijs in ontvangst nam.

Brahimi zelf stelde vast dat de situatie in Syrië slechter wordt.

Autobom

Door een aanslag met een autobom in Jaramana, een voorstad van Damascus, zijn maandag zeker tien doden gevallen, meldde de Syrische staatstelevisie. Onder de slachtoffers zijn vrouwen en kinderen.

De bom ontplofte in de buurt van een bakkerij in het stadje, waar voornamelijk christenen en druzen wonen.

Het Syrische Observatorium voor Mensenrechten, dat zijn informatie krijgt van oppositiegroepen, meldde zeker 12 doden en 15 gewonden. Volgens de organisatie is in Jaramana sprake van een toenemend aantal gewapende groeperingen die loyaal zijn het regime-Assad.

Op 28 augustus werd een begrafenisstoet in Jaramana getroffen door een bomaanslag, met zeker 27 doden tot gevolg. De begrafenis betrof twee aanhangers van president Bashar al-Assad die door aanslagen om het leven waren gekomen.

Alles over de onrust in het Midden-Oosten in ons dossier

Tip de redactie