AMSTERDAM - Radovan Karadzic heeft bij de verovering van Srebrenica naar eigen zeggen het bevel gegeven burgers te sparen.

De voormalig politiek leider van de Bosnische Serviërs sprak zich dinsdag uit over de zaak in zijn verdediging voor het Joegoslavië-Tribunaal. Karadzic verdedigt zich tegen tien aanklachten van genocide, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.

Tijdens en na de inname van de Srebrenica op 11 juli 1995 werden tussen de 7.000 en 8.000 moslims - volwassen mannen en jongens - vermoord en in massagraven gegooid. Karadzic verklaarde dinsdag dat hij geen aanwijzingen had dat er burgers werden vermoord.

De voormalig leider gaf toe dat hij het bevel had gegeven voor een operatie, maar die was puur militair van aard: de enclave Srebrenica moest worden gescheiden van de enclave Zepa. De moslims hadden zich een bepaald gebied toegeëigend in strijd met het akkoord over de enclaves, aldus Karadzic.

Die enclaves stonden als ''beschermd gebied'' onder VN-bescherming. Zo zat in Srebrenica het Nederlandse bataljon Dutchbat onder leiding van overste Thom Karremans. Volgens het staakt-het-vuren waren die enclaves los van elkaar.

Door ook het tussenliggende gebied te gebruiken voor hun operaties, hadden de moslims een militair voordeel, aldus Karadzic. Zij overvielen dorpen rond de enclaves en vermoordden Servische burgers. 

'Beloond'

''Ik vind dat ik beloond moet worden voor de goede dingen die ik heb gedaan, niet aangeklaagd'', verklaarde de oud-leider dinsdagochtend, toen hij een eigen verklaring mocht afleggen.

Karadzic deed naar eigen zeggen alles wat in zijn macht stond om het uitbreken van de oorlog in Bosnië (1992-1995) te voorkomen. Hij had niets tegen moslims, probeerde oorlogsmisdaden te voorkomen, en beperkte naar eigen zeggen het lijden van mensen.

Toen de Bosnische Serven zich afscheidden van het centrale gezag in Sarajevo, was dat omdat zij zich ''in een hoek gedrukt voelden en gedwongen waren om dit te doen'', verklaarde Karadzic. ''Zij waren bang te worden afgeslacht.'' De oprichting van autonome gebieden werd niet door Karadzic aangestuurd, aldus de verdachte.

In 2008 werd Karadzic in een bus in Belgrado gearresteerd. Hij was al 13 jaar op de vlucht en leefde onder een valse naam.

Betoog

Tijdens een persoonlijk betoog dinsdagochtend vertelde Karadzic over zijn kwaliteiten als arts, psychiater en dichter.

Hij omschreef zichzelf als een begripvol, tolerant persoon: "Iedereen die me kent weet dat ik geen autocraat ben. Ik ben niet agressief, ik ben niet intolerant. In tegendeel, ik ben een mild man, een tolerante man met een groot vermogen om anderen te begrijpen."

Ook hield hij zich aan de 'traditie' van tribunaalverdachten om diep in de geschiedenis te duiken, in tijden die niets te maken hebben met de feiten in de tenlastelegging.

Getuige

Tijdens de zitting sprak ook de eerste getuige van de verdediging van Karadzic: oud-kolonel Andrej Demoerenko, in 1995 een hoge VN-officier in de Bosnische hoofdstad.

Volgens hem kregen de Bosnische Serven ten onrechte de schuld in de schoenen geschoven voor het bloedbad in Sarajevo in 1995. Uit ballistische analyses blijkt volgens Demoerenko dat de Serven niet op de Merkale-markt hebben geschoten waar in augustus 1995 zo'n 40 doden vielen. De leiding van de Bosnische moslims liet volgens de oud-kolonel sluipschutters op de eigen mensen schieten.

Dit soort ''onwenselijke informatie'' werd echter weggemoffeld door de VN, aldus Demoerenko. Medewerkers van de volkerenorganisatie die wel de waarheid naar buiten wilden brengen, werden geïntimideerd.

'Schaamteloos'

De verklaringen van Demoerenko passen in het verhaal van Karadzic dat de moslims in de oorlog eigen mensen doodden en Serven de schuld gaven om internationaal ingrijpen uit te lokken.

Volgens Karadzic gingen de moslims ver bij het ''schaamteloos'' in scène zetten van bloedbaden onder eigen mensen. Zo zouden lijken van het front naar de plek des onheils zijn gebracht, of mensen die eerder een natuurlijke dood waren gestorven.

Ook maakten de moslims volgens Karadzic gebruik van etalagepoppen wanneer de internationale pers de bloedbaden kwam filmen.

Hadzic

Het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag is dinsdagochtend begonnen met zijn laatste proces wegens oorlogsmisdaden. In het beklaagdenbankje zit Goran Hadžić (54), die president is geweest van de zogeheten Servische Krajina-Republiek (RSK).

Dat was het gebied dat de etnische Serven voor zichzelf claimden in Kroatië, nadat die deelrepubliek zich in 1991 had afgescheiden van Joegoslavië.

Hoofdaanklager Serge Brammertz beschuldigt Hadžić van onder meer moord, marteling, deportaties en het vernietigen van dorpen. Slachtoffers waren etnische Kroaten in het gebied dat de Serven voor zichzelf claimden als de RSK.

De toenmalige Kroatische president Franjo Tuđman maakte in 1995 een einde aan de RSK door het gebied te veroveren. Honderdduizenden Serven werden toen verdreven of sloegen op de vlucht.