LONDEN - Drie bejaarde Kenianen kunnen een proces beginnen tegen de Britse regering voor wreedheden die Britse militairen tijdens de onafhankelijkheidsstrijd in hun land zouden hebben begaan. 

Dat heeft de rechtbank in Londen vrijdag bepaald. 

Tijdens de zogenoemde Mau Mau-opstand (1952-1960) zijn volgens schattingen van deskundigen ongeveer 20.000 Kenianen om het leven gebracht. Aan de zijde van de Britse overheersers vielen 95 doden, van wie 32 burgers. Kenia werd in 1963 onafhankelijk van Groot-Brittannië. 

De drie Kenianen willen compensatie voor de gruwelen die ze ondergingen. Een van hen, Wambugu Wa Nyingi, zei dat hij 9 jaar vastzat, zonder dat een aanklacht tegen hem werd ingediend. Hij moest dwangarbeid doen en werd dagelijks met stokken geslagen. 

Paulo Muoka Nzili, een andere betrokkene in de zaak tegen de Britse staat, werd gecastreerd. Jane Muthoni Mara werd op gruwelijke wijze seksueel misbruikt en werd bewusteloos geslagen, nadat ze had gezien hoe 11 mannen waren vermoord met behulp van stokken. Een vierde klager, Susan Ngondi, is overleden. 

Concentratiekampen

Onafhankelijke Britse wetenschappers gaan ervan uit dat honderdduizenden en mogelijk 1,5 miljoen Kenianen zonder vorm van proces werden vastgezet in concentratiekampen. Het ging vooral om leden van het Kikuyu-volk. Circa 1000 van hen zouden op dit moment nog in leven zijn. 

De Mau Mau-verzetsbeweging ontstond eind jaren veertig. De Kikuyu's accepteerden het niet langer dat hun landbouwgronden in Centraal-Kenia werden ingepikt door blanke boeren.

De Britse regering erkent dat Britse troepen destijds wreedheden hebben begaan, maar zegt daarvoor niet aansprakelijk te zijn en beweert dat de zaak verjaard is. De regering gaat in beroep tegen het vonnis van de rechtbank. 

Advocaten van het trio spraken van een ''historisch'' vonnis. De uitspraak baant volgens hen de weg voor meer claims van Kenianen die zijn onderworpen aan vergelijkbare wreedheden.