ALEPPO - Troepen van president Bashar al-Assad hebben zondag in heel Syrië gebieden bestookt die in handen zijn van rebellen.

In de stad Aleppo zijn volgens meldingen van activisten nog altijd hevige gevechten gaande. Daar werden zaterdag honderden winkels verwoest van de soek in het oude centrum van de stad, dat op de Werelderfgoedlijst van de VN-cultuurorganisatie Unesco staat.

Aleppo, de grootste stad van Syrië, geldt de laatste 2 maanden als het belangrijkste strijdtoneel in Syrië. De afgelopen dagen is de strijd daar sterk opgelaaid en op een grotere schaal.

Volgens het Syrische Observatorium voor Mensenrechten gingen de gevechten in de nacht van zaterdag op zondag gepaard met bombardementen. Huizen werden vernietigd en zeker drie mensen werden gedood, onder wie twee burgers.

Veel van het geweld concentreert zich in en rond het oude centrum van Aleppo. Aangenomen wordt dat dat ook de oorzaak is van de brand in de eeuwenoude overdekte markt.

118 doden

Volgens het Syrische Observatorium voor Mensenrechten, dat zijn informatie krijgt van anti-Assad-activisten in Syrië, stierven er zaterdag in het hele land 118 mensen door het oorlogsgeweld: 48 burgers, 41 soldaten en 29 rebellen.

Sinds het begin van de opstand tegen Assad, in maart 2011, zijn er inmiddels 30.000 slachtoffers gevallen, aldus de organisatie.

De Verenigde Naties houden het in hun meest recente schatting op meer dan 20.000.

Alles over de onrust in het Midden-Oosten in ons dossier

Gevechten Aleppo