BRUSSEL - De stad Brussel heeft zondag voor het eerst erkend dat ze heeft meegeholpen bij de deportatie van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. 

Dat gebeurde tijdens een plechtigheid in het stadhuis van de vereniging voor de herdenking van de shoah, waaraan ook minister Joëlle Milquet van Binnenlandse Zaken en de Israëlische ambassadeur deelnamen.

Burgemeester Freddy Thielemans wees erop dat de toenmalige burgemeester in 1940 ermee akkoord ging een register op te stellen waarin 5640 Joden werden genoemd.

''Zonder dat Jodenregister hadden de toenemende arrestaties en nadien de razzia van september 1942 nooit dezelfde impact gehad in Brussel'', zei Thielemans. Hij wees er wel op dat de burgemeester die in 1942 de Belgische hoofdstad bestuurde, weigerde Jodensterren te verdelen. Ook mocht de politie van hem niet deelnemen aan razzia's.

Onderzoek

Het gemeentebestuur heeft een onderzoeksinstituut gevraagd de rol van de gemeente bij de deportaties te bestuderen. In de Tweede Wereldoorlog werd 37 procent van de Brusselse Joden gedeporteerd.

In Antwerpen lag dat percentage op 66. Van de 56.000 Joden die aan het begin van de oorlog in België woonden, zijn er ongeveer 25.000 naar nazikampen gedeporteerd. Slechts ongeveer 1200 hebben dat overleefd.