JOHANNESBURG - De openbaar aanklager in Johannesburg in Zuid-Afrika heeft enkele honderden mijnwerkers in staat van beschuldiging gesteld voor de moord op 34 collega's.

De doden vielen toen de politie het vuur opende op de stakende mijnwerkers bij de Marikana-platinamijn van het bedrijf Lonmin.

Het gaat om 270 mijnwerkers die rond het bloedbad, waarbij in totaal 44 doden vielen, werden gearresteerd.

De zaak tegen hen is uitgesteld tot volgende week donderdag in verband met onderzoek. Tijdens de zaak zal meer duidelijk worden over de achtergronden van de aanklacht.

Gemeenschappelijk doel

Met de veroordeling van de 270 mijnwerkers, wordt het 'gemeenschappelijk doel' principe ingezet. Daardoor kunnen mensen worden veroordeeld als zij zich bij de groep bevinden, maar zelf niet hebben deelgenomen aan de eventueel begane overtredingen.

Een woordvoerder van het Openbaar Ministerie zegt tegen de BBC dat alle 270 arbeiders, inclusief diegene zonder wapens of helemaal achteraan stonden, worden vervolgd voor moord.

"Dit valt onder het gewoonterecht, mensen worden aangeklaagd vanwege een gezamenlijk doel in een situatie waarin gewapende verdachten de politie hebben aangevallen met doden tot gevolg", aldus de woordvoerder.

Een Zuid-Afrikaanse advocaat zegt tegenover de Britse nieuwszender dat het 'gemeenschappelijk doel' in principe werd gebruikt door de blanke minderheid tijdens de apartheid in het land en spreekt van een zeer verouderde maatregel.

Zelfverdediging

De politie verklaarde na het bloedbad dat het vuur was geopend uit zelfverdediging. Volgens de minister van Politie hadden de politiemensen alles gedaan om het bloedbad te voorkomen en was de schietpartij het gevolg van een optelsom van gebeurtenissen.

De schietpartij met 34 doden vond plaats op 16 augustus, enkele dagen nadat tien kompels waren omgekomen door een vakbondsruzie.