TEHERAN - De presidenten van Egypte en Iran, respectievelijk Mohammed Mursi en Mahmoud Ahmadinejad, hebben donderdag in Teheran gesproken over de conflicten in de regio en over het herstel van de diplomatieke betrekkingen.

Het gesprek was in de marge van de topconferentie van de niet-gebonden landen (NAM), waar Iran gastheer en de nieuwe voorzitter is.

Iran verbrak na de Islamitische Revolutie van 1979 de banden met Egypte. Reden was dat de toenmalige Egyptische president, Anwar al-Sadat, vrede had gesloten met Israël. De laatste sjah van Perzië, Mohammad Reza Pahlavi, vond een toevlucht in Egypte.

Hij stierf er in 1980 en werd op bevel van Sadat met groot eerbetoon begraven in Caïro. Sadat werd in 1981 vermoord. Het Iraanse regime noemde een straat in Teheran naar de moordenaar.

Het sjiitische Iran werd met de revolutie de voorhoede van het radicale en fel antiwesterse islamisme. Sadats opvolger, de prowesterse Hosni Mubarak, onderdrukte de politieke islam hard. Na de val van Mubarak is Mursi, kandidaat van de belangrijkste islamitische beweging in het soennitische Egypte, de Moslim Broederschap, tot president gekozen.

Omwentelingen

Dat heeft niet geleid tot een enthousiast herstel van de banden. Omwentelingen vorig jaar in Noord-Afrika gingen onder meer gepaard met een bloedige machtsstrijd in Jemen, harde repressie in Bahrein en het begin van een burgeroorlog in Syrië. Sjiitisch Iran steunt het regime van president Assad van Syrië. Die behoort tot een minderheid die een geloof aanhangt dat verwant is aan de sjiitische islam.

Mursi ziet in de Assads echter een regerende clan die de soennitische meerderheid, inclusief de Syrische Moslim Broederschap, wreed onderdrukt. Mursi zei donderdag op de top van de NAM dat het repressieve regime van Assad moet verdwijnen.

Lees alles over de onrust in het Midden-Oosten en Egypte in onze dossiers.