AMSTERDAM - JERUZALEM - Israël heeft donderdag de overblijfselen van 91 Palestijnse militanten overgedragen aan de Palestijnse regering op de Westelijke Jordaanoever.

Het is een poging van Israël om president Mahmoud Abbas tot nieuwe vredesonderhandelingen te bewegen.

Alle 91 militanten kwamen de afgelopen decennia om bij bom- of zelfmoordaanslagen, aldus Palestijnse functionarissen. Ten minste een van de aanslagen vond plaats in de jaren zeventig. De lichamen werden in Israël begraven en zijn onlangs opgegraven. Tachtig van de lichamen zijn overgebracht naar Ramallah en elf naar de Gazastrook.

Bestorming

Bij de grens stonden familieleden met foto's van hun overleden verwanten te wachten. Ahmad Kahlouts 21-jarige zoon Yehiya vond zeventien jaar geleden de dood bij de bestorming van een Israëlische nederzetting.

"Ik ben blij dat ze zijn lichaam terugsturen zodat ik op zijn graf kan bidden voor ik sterf", zei Kahlout. "Tot de dag dat ik sterf zal ik trots op hem zijn, maar ook verdrietig omdat ik zijn graf al die jaren niet kon bezoeken." Later donderdag worden op de Westoever en in de Gazastrook ceremonies voor dode militanten gehouden.

Onderhandelingstafel

"We hopen dat met dit humanitaire gebaar het vertrouwen groter wordt en het vredesproces weer op gang komt", zei Mark Regev, woordvoerder van de Israëlische regering. Abbas heeft vooralsnog niets laten merken waaruit zou blijken dat het gebaar voldoende is om hem aan de onderhandelingstafel terug te krijgen.

Woensdag zei Abbas nog dat de Palestijnen alleen willen onderhandelen als Israël de bouw van alle nederzettingen op de Westoever en in Oost-Jeruzalem stopzet. De Palestijnen zien die gebieden als onderdeel van hun toekomstige staat. Israël verwerpt die eis.