AMSTERDAM - De meeste slachtoffers van het bloedbad in de Syrische stad Houla zijn geëxecuteerd.

Dat meldt persbureau Reuters op basis van een verklaring van de Verenigde Naties.

Ooggetuigen vertelden VN-waarnemers dat militanten het overgrote deel hebben geëxecuteerd. Minder dan 20 van de 108 dodelijke slachtoffers kwamen om door vuur van tanks.

De VN-woordvoerder benadrukt dat het onderzoek naar het bloedbad nog in een vroeg stadium is. Verder meldt hij dat onder de doden 49 kinderen en 34 vrouwen zijn.

Niet verantwoordelijk

Volgens Syrische rebellen heeft het leger vrijdag het vuur geopend op een groep mensen. De Syrische autoriteiten zeggen niet verantwoordelijk te zijn voor het bloedbad, dat internationaal tot grote verontwaardiging heeft geleid.

VN-gezant Kofi Annan heeft dinsdag in Damascus met de Syrische president Bashar al-Assad gesproken. Annan hoopt dat zijn invloed het geweld kan temperen. Officieel wordt er al 6 weken aan een vredesplan van de Verenigde Naties en de Arabische Liga gewerkt, maar het geweld houdt onverminderd aan ondanks een bestand dat onderdeel is van het plan.

Alles over de onrust in het Midden-Oosten