BRUSSEL - Mogelijk blijven Europese regeringsleiders en ministers weg tijdens het EK voetbal in Oekraïne, dat volgende maand begint. 

Zij willen op die manier een politiek signaal afgeven tegen de ondemocratische ontwikkelingen in de voormalige Sovjetrepubliek.

Tijdens een vergadering van de EU-ministers van Buitenlandse Zaken maandag in Brussel werden nog geen knopen doorgehakt. ''We gaan de ontwikkelingen in Oekraïne de komende weken heel precies volgen'', stelde minister Uri Rosenthal na afloop.

Hij en zijn collega's streven naar zichtbare verbeteringen. Zij maken zich grote zorgen over Oekraïne als rechtsstaat en vooral over de detentie en behandeling van oppositieleidster en ex-premier Joelia Timosjenko.

Positief signaal

Rosenthal noemde het een positief signaal dat Timosjenko inmiddels wordt behandeld door artsen naar haar keuze. Maar Nederland eist ook dat de Oekraïnse autoriteiten gevolgen verbinden aan de kritiek van de nationale ombudsman op de behandeling van Timosjenko. Ook zullen de machthebbers wat moeten doen aan de misstanden in de gevangenissen, zoals aangekaart door de mensenrechtenorganisatie Raad van Europa.

Rosenthal benadrukte dat hij zich niet met het voetbaltoernooi als zodanig wil bemoeien: ''Wij bemoeien ons alleen met de politieke arena.'' Voor Nederland is het gebruikelijk dat de premier en de staatssecretaris van Sport naar een EK gaan.

Polen

De Belgische collega van Rosenthal, Didier Reynders, noemde een politieke boycot van het EK ''onontbeerlijk''. Volgens de Luxemburgse bewindsman Jean Asselborn kan alleen de Europese voetbalbond UEFA beslissen over een ''sportieve boycot''. De Britse minister William Hague maakte al duidelijk ''persoonlijk'' niet van plan te zijn naar Oekraïne te gaan.

De EU-lidstaat Polen, dat met buurland Oekraïne het EK organiseert, voelt niets voor welke boycot dan ook.