NEW YORK - De Syrische veiligheidsdiensten hebben de afgelopen maanden meer dan honderd burgers en gewonde of gevangengenomen strijders van de oppositie geëxecuteerd.

Mogelijk is het aantal tegenstanders van het regime van president Bashar al-Assad, dat zonder vorm van proces om het leven is gebracht, nog veel hoger.

Dat schrijft de internationale organisatie voor de mensenrechten Human Rights Watch in een rapport dat ze maandag publiceerde. Daarin worden meer dan tien incidenten beschreven waarbij sinds eind 2011 in de provincies Idlib en Homs zeker 101 mensen werden gedood.

De meeste slachtoffers vielen in maart. ''In een wanhopige poging de opstand neer te slaan hebben de Syrische veiligheidsdiensten mensen in koelen bloede gedood, of het nu burgers of strijders van de oppositie waren'', zegt Ole Solvang van de mensenrechtenorganisatie.

Oorlogsmisdaad

In een oorlogssituatie zijn soldaten een legitiem doelwit. Strijders die gewond zijn, zich hebben overgegeven of gevangen zijn genomen, mogen echter niet zomaar worden gemarteld of doodgeschoten. Dat is volgens het internationaal recht een oorlogsmisdaad.

Human Rights Watch publiceerde eerder een rapport waarin staat dat ook Syrische opstandelingen oorlogsmisdaden plegen. Die misstanden moeten grondig worden onderzocht, maar ze rechtvaardigen het optreden van de Syrische veiligheidsdiensten absoluut niet, aldus de mensenrechtenorganisatie.

Internationaal Strafhof

Om te voorkomen dat nog meer de mensenrechten in de oorlog in Syrië worden geschonden, zou de internationale gemeenschap ervoor moeten zorgen dat verdachten van oorlogsmisdaden voor het Internationaal Strafhof in Den Haag moeten verschijnen, vindt Human Rights Watch.

Ook zouden geen wapens meer moeten worden verkocht aan de regering en sancties moeten worden opgelegd aan iedereen die oorlogsmisdaden pleegt.

De gewapende strijd op zich eist ook veel levens. Sinds eind vorig jaar stierven honderden mensen als gevolg van artillerieaanvallen, kogels van sluipschutters en gebrekkige medische zorg.

Annan

Kofi Annan, de internationale bemiddelaar voor Syrië, bezoekt dinsdag kampen met Syrische vluchtelingen in Turkije. Dat heeft een diplomatieke bron in Ankara maandag laten weten. Het bezoek zou slechts een paar uur duren. Daarna reist Annan door naar Iran.

De Turkse regering riep de internationale gemeenschap vrijdag op meer hulp uit te trekken voor de Syriërs die naar Turkije zijn gevlucht.

De vluchtelingenstroom is vorige week sterk toegenomen. Volgens de Turkse minister van Buitenlandse Zaken, Ahmet Davutoglu, waren er vrijdag ruim 23.000 Syrische vluchtelingen naar het buurland uitgeweken.

Alles over de onrust in het Midden-Oosten