SARAJEVO - De Bosnische hoofdstad Sarajevo herdenkt vrijdag met een groot concert het begin van het bijna 4-jarige beleg door de Serviërs, dat op 5 april 1992 begon.

Gedurende dit beleg tijdens de burgeroorlog in het voormalige Joegoslavië kwamen 11.500 burgers om, onder wie meer dan 1000 kinderen. Velen werden gedood door sluipschutters.

De organisatie wil met het concert de wereld waarschuwen dat een dergelijk bloedbad niet herhaald mag worden. Ter herinnering aan de doden staan stoelen klaar, die tijdens het concert onbezet blijven.

Referendum

Nadat de meerderheid van de bevolking van Bosnië-Herzegovina tijdens een referendum voor onafhankelijkheid had gestemd, werd op 5 april 1992 tijdens een demonstratie een studente gedood door een sluipschutter. Dit incident markeert het begin van de belegering door de Serviërs.

De bevolking bleef gedurende die jaren veelal verstoken van voedsel, gas en elektriciteit. Dagelijks vielen er honderden granaten op de stad. Het record was op 22 juli 1993, toen maar liefst 3777 granaten op de stad neerkwamen.

Dayton

Meer dan 50.000 mensen raakten gewond. De stad werd grotendeels verwoest. Met de ondertekening van de Dayton-akkoorden in 1995 kwam er op 26 februari 1996 een einde aan de belegering.

In heel Bosnië-Herzegovina kwamen gedurende de burgeroorlog 100.000 mensen om. Het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag veroordeelde de Bosnisch-Servische oud-generaal Stanislav Galic in 2006 tot levenslang wegens de belegering. De Bosnisch-Servische oud-generaal Dragomir Milosevic kreeg in 2009 29 jaar cel voor zijn aandeel.