DAMASCUS - De humanitaire chef van de Verenigde Naties, Valerie Amos, is woensdag in Syrië aangekomen om aan te dringen op hulp voor bewoners van steden waar gevochten wordt tussen leger en opstandelingen.

Dat meldde de BBC.

Amos voerde in de ochtend overleg met minister Walid al-Moualem van Buitenlandse Zaken en is inmiddels op weg naar Homs, de derde stad van het land. De wijk Baba Amro van Homs is wekenlang hevig beschoten door het leger met zwaar geschut.

De VN willen dat hulpverleners ongehinderd toegang krijgen tot de steden om gewonden te evacueren en voedsel af te leveren.

Alleen het Rode Kruis mag hulp in Syrië verlenen, maar die organisatie krijgt ook geen toegang tot Baba Amro.

Wraakacties

Medewerkers van het Rode Kruis wachten sinds vrijdag op toegang tot de wijk. Volgens de autoriteiten is dat omdat het nog steeds niet veilig is. Inmiddels doen verhalen de ronde dat het leger wraakacties uitvoert in de wijk.

De staatstelevisie toonde dinsdag bewoners die terugkeerden naar de zwaar gehavende wijk en de boel opruimden.

Amos blijft drie dagen. Vorige week weigerde Damascus haar nog de toegang tot het land.

Doden

Het aantal doden door de opstand in Syrië loopt hard op. Het geweld heeft het afgelopen jaar aan zeker 8.458 mensen het leven gekost, meldde het Syrische Observatorium voor Mensenrechten woensdag. Eind februari had de groepering 7.636 doden geteld.

De meeste doden in Syrië zijn burgers (6.195) en militairen en politieagenten van het bewind (1.835). Daarnaast zijn 428 overgelopen militairen gedood, aldus het Observatorium.

Alles over de onrust in het Midden-Oosten