NEW YORK - Door luchtaanvallen die de NAVO vorig jaar uitvoerde in Libië, zijn 60 burgers om het leven gekomen. Zeker 55 mensen raakten gewond.

Dat blijkt uit een onderzoek van de Verenigde Naties. Persbureau AFP heeft het nog niet gepubliceerde rapport vrijdag onthuld.

De onderzoekers schrijven dat de NAVO ''een zeer precieze campagne heeft uitgevoerd, met de aantoonbare wil om burgerslachtoffers te voorkomen''.

Het Libische regime daarentegen heeft geprobeerd het aantal omgekomen burgers hoger te laten lijken.

Zo zouden regeringstroepen de lijken van kinderen uit een mortuarium hebben gehaald. De lichamen werden vervolgens neergelegd op een plek die kort ervoor was gebombardeerd, aldus het rapport.

Buitenlands ingrijpen

De lidstaten van de NAVO, waaronder Nederland, stuurden in maart vorig jaar luchtmacht en marine naar Libië. Ze moesten de burgers beschermen tegen de troepen van dictator Muammar Kaddafi.

Het regeringsleger had de opstandelingen ver teruggedreven, maar mede dankzij het buitenlandse ingrijpen wisten de rebellen Kaddafi te verdrijven. Hij sloeg in augustus op de vlucht en werd in oktober gedood. Anderhalve week later eindigde de NAVO-missie.

Chronologie van de Libische opstand

Alles over de gebeurtenissen in het Midden-Oosten