DAMASCUS - Het veiligheidsapparaat van de Syrische president Bashar al-Assad heeft maandag opnieuw woonwijken gebombardeerd in het verzetsbolwerk Homs en in plaatsen in het noorden van Syrië. 

Volgens tegenstanders van het dictatoriale regime stierven daarbij zeker 125 personen. Een netwerk van lokale actiecomités van de oppositie stelde dat 64 mensen om het leven zijn gebracht bij een controlepost in het westen van de provincie Homs.

De slachtoffers zouden vluchtelingen zijn uit wijken in de stad Homs, die sinds begin deze maand vrijwel onafgebroken worden aangevallen door het Syrische leger.

De lijken zouden zijn gevonden nadat een overlevende melding had gemaakt van de moordpartij. De slachtoffers zouden zijn doodgeschoten en doodgestoken. In totaal zouden er in Homs maandag zeker 89 mensen om het leven zijn gebracht. Elders in het land vonden nog 36 Syriërs de dood, onder meer in plaatsen in de noordwestelijke provincie Idlib.

Journalisten

Ambulances van de Rode Halve Maan, de islamitische zusterorganisatie van het Rode Kruis, zouden maandagavond drie gewonde Syriërs hebben geëvacueerd uit de wijk Baba Amro in Homs. Twee gewonde westerse verslaggevers verblijven nog altijd in de buurt, die in de afgelopen periode het toneel was van hevige bombardementen door het leger.

Die werden onder meer uitgevoerd met tanks en artillerieinstallaties. De Franse journaliste Marie Colvin en de Amerikaanse fotograaf Remi Olchik stierven vorige week tijdens een beschieting in Baba Amro.

Referendum

Mensenrechtenorganisaties en landen die af willen van Assad en diens regime hadden maandag geen goed woord over voor het referendum over hervormingen dat een dag eerder in Syrië was gehouden.

De Verenigde Staten noemden de volksraadpleging ''volmaakt cynisch''. Andere critici spraken van een schijnreferendum. De Syrische oppositie had opgeroepen tot een boycot van de stembusgang.

Alles over de onrust in het Midden-Oosten