DEN HAAG - De wereld is slecht in staat hulp te geven bij meerdere grote rampen tegelijk. De Verenigde Naties bieden daarvoor te weinig consistent leiderschap, stelt hulporganisatie Oxfam Novib dinsdag in een rapport.

De humanitaire hulpverleners moeten daarom meer geld opzij leggen voor rampen en vaker lokale organisaties inschakelen.

Vooral in 2010 werd de wereld overspoeld met crises, zoals de aardbeving en cholera in Haïti en de overstroming in Pakistan. In 2011 sloegen de hulpclubs alweer alarm, ditmaal over de hongersnood in de Hoorn van Afrika. ''Bij veel rampen was de hulp te laat en te klein'', stelt Oxfam Novib.

De vrees is dat het aantal humanitaire rampen toeneemt door de klimaatverandering. Extremer weer leidt tot meer rampen zoals overstromingen of langdurige droogtes. Tussen 1970 en 2000 is het droge deel van de aarde verdubbeld. Miljoenen mensen verhuizen bovendien naar de kwetsbare gebieden, wegens de overbevolking elders.

Spanningsgebieden

Tegelijkertijd zijn er vele spanningsgebieden in de wereld. Weinig landen slagen erin om conflicten te beëindigen. In de laatste 5 jaar zijn slechts 2 van de top-20 ontvangers van humanitaire hulp erin geslaagd de alarmfase te ontstijgen.

Momenteel leven 1,5 miljard mensen in spanningsgebieden. Dat aantal zal nog toenemen, vreest Oxfam Novib, wegens de groeiende strijd om energie, voeding en water.

Hulpcapaciteit

Oxfam Novib ziet dat de hulpcapaciteit wel toeneemt, maar nog niet genoeg. Alleen al in 2010 stierven 300.000 mensen door natuurrampen. ''Hoewel het geen doorsnee-jaar was, toont het wel hoeveel voortgang er nog gemaakt moet worden'', aldus het rapport.

De hulporganisatie merkt dat er meer mogelijk is door vaker samen te werken met lokale organisaties.

In Somaliland steunde Oxfam een plaatselijke groep die bewoners hielp met het bouwen van kleine dammen, waardoor het water minder snel wegstroomde. Dat werkt vaak beter dan grote eigen hulpacties opzetten, aldus het rapport.