CAIRO/NICOSIA - Oppositionele organisaties in Syrië zeggen dat maandag een van de bloedigste dagen was sinds het begin van de opstand tegen het bewind van dictator Bashar al-Assad.

Tussen de 50 en 70 mensen vonden de dood tijdens geweld in een reeks steden, aldus de organisaties dinsdag.

Volgens het Observatorium voor de Mensenrechten stierven meer dan 70 betogers, militairen en deserteurs. Een andere organisatie van tegenstanders van het regime gaat uit van meer dan 50 sterfgevallen.

In de afgelopen acht maanden zijn er volgens VN-cijfers al meer dan 3500 mensen gedood bij de onderdrukking van de protesten.

Het bewind van Assad beweert dat veel militairen en andere medewerkers van veiligheidsdiensten het slachtoffer zijn geworden van 'terroristen'.

Maar Syrische en internationale mensenrechtenorganisaties, zoals Human Rights Watch, stellen dat de overgrote meerderheid van de betogers geen geweld gebruikt.

Het bewind treedt volgens hen keihard op tegen vreedzame betogers en tegen leden van veiligheidsdiensten die weigeren te schieten op betogers.

Alles over de onrust in het Midden-Oosten