BOGOTE - De Colombiaanse regering kreeg bij het traceren van de vrijdag omgebrachte FARC-topman Alfonso Cano steun van leden binnen de guerrillabeweging. Dat heeft president Juan Manuel Santos zaterdag (plaatselijke tijd) op een persconferentie gezegd.

Santos stelde dat de operatie tegen Cano half februari begon op basis van informatie van een aantal bronnen, onder wie personen binnen de FARC.

Het Colombiaanse leger bracht Cano vrijdag om het leven tijdens een operatie in het zuidwesten van het land. Na de dood van Cano riep Santos de strijders van de FARC op te demobiliseren. ''Anders eindigen jullie in de gevangenis of in een graf'', waarschuwde de president.

Cano (63) was sinds maart 2008 leider van de Gewapende Revolutionaire Krachten van Colombia, kortweg FARC. Hij was al vaker het doelwit van operaties van het leger en veiligheidsdiensten, maar wist tot nog toe steeds te ontsnappen.

Aanhouden

Volgens de FARC is Cano vermoord. Het leger zou niet hebben geprobeerd hem aan te houden, zo stelde de organisatie in de nacht van zaterdag op zondag op de website Anncol, dat vaak persberichten van de FARC publiceert. Verder kondigde de guerrillabeweging aan dat ze de strijd tegen de regering zal voortzetten.

Colombiaanse militairen menen dat de FARC danig verzwakt is. Kapitein Oscár Gómez, die betrokken was bij de aanval op het kamp van Cano zei dat de ''rebellen met vuurwapens streden, maar dat ze niet erg zwaar waren bewapend''. Verder zei Gómez dat de strijders in het kamp ''in mensonterende omstandigheden leefden".