DEN HAAG - Joodse kolonisten hebben dit jaar al 7500 olijfbomen van Palestijnse olijfboeren vernield. Dat stellen hulporganisaties, waaronder Oxfam Novib, op basis van eigen onderzoek.

Farah Karimi, algemeen directeur van Oxfam Novib, wijst erop dat de vernietiging van olijfbomen Palestijnse boeren direct treft in hun inkomen.

Dit jaar zouden de olijfboeren honderdduizenden euro's mislopen als gevolg van het bomenverlies. ''Tienduizenden Palestijnse families zijn afhankelijk van de opbrengst van het oogstseizoen. Minder bomen betekent minder geld'', aldus Karimi.

Yesh Din, een Israëlische non-gouvernementele organisatie die samenwerkt met Oxfam Novib, heeft in de afgelopen 6 jaar 688 gevallen geregistreerd van kolonistengeweld tegen Palestijnen. In negen van de tien gevallen zou het niet zijn gekomen van een aanklacht tegen verdachten.

Gerecht

Van de 97 gevallen waarin Palestijnse bomen werden vernield, is er geen enkele voor het gerecht gebracht, zo liet Oxfam Novib weten. De organisaties willen dat de Israëlische regering zich aan de wet houdt en daders van deze misdrijven voor de rechter brengt.

Naast de vernielingen van olijfbomen door kolonisten zijn in de afgelopen jaren tienduizenden olijfbomen ontworteld om plaats te maken voor de bouw van de Israëlische Muur.

Bijna 1 miljoen bomen staan volgens de organisaties in de zogenoemde Seam Zone, het niemandsland tussen de Muur en de bestandslijn van 1967. Nog eens duizenden bomen zijn onbereikbaar voor Palestijnse boeren, omdat ze te dicht bij nederzettingen van Joodse kolonisten staan.

De nederzettingen in de bezette Palestijnse gebieden zijn illegaal volgens internationaal recht.