KOPENHAGEN - Nederlandse, Duitse en Noorse gevechtsvliegtuigen moeten het Deense luchtruim gaan beschermen, zodat Denemarken zelf intussen zijn financiële zaakjes op orde kan krijgen.

Dat zei de Deense minister van Defensie, Nick Haekkerup, zaterdag in een interview met de Deense krant Politiken.

''Zoals wij vandaag de luchtverdediging van de Baltische staten regelen, zo kunnen onze NAVO-buren dat in de toekomst voor Denemarken doen'', zegt de bewindsman.

Nederland heeft geen verzoek van Denemarken ontvangen, zei een woordvoerder van het Nederlandse ministerie van Defensie in een reactie.

Ook is hierover volgens hem niet gesproken tijdens de laatste ontmoeting van NAVO-ministers twee weken geleden. Wel is de verdediging van het gezamenlijke luchtruim een bondgenootschappelijke verantwoordelijkheid, aldus de zegsman.

JSF

Kopenhagen neemt uiterlijk in 2018 een besluit over een opvolger voor de huidige 30 F-16-straaljagers van het land. Net als Nederland denken de Denen aan de Joint Strike Fighter, maar zij hebben eigenlijk geen geld voor de aankoopsom van naar schatting 1,5 tot 2 miljard euro voor circa 20 toestellen.