WILLEMSTAD - De integriteit van de ministers van Curaçao moet worden onderzocht. Dat vindt de commissie Rosenmöller, die vrijdag haar bevindingen bekendmaakte.

Over die integriteit bestaan momenteel veel twijfels, stelde ze.

De commissie noemde het ''heel onwaarschijnlijk dat alle ministers van de huidige regering zouden zijn benoemd als er voor de benoeming volledige screening naar hun integriteit zou hebben plaatsgevonden''.

Dat die screening niet is uitgevoerd, ligt volgens de commissie aan het feit dat er weinig ruimte zat tussen de verkiezingen van 27 augustus 2010 en de vorming van een nieuwe regering bij de ontmanteling van de Nederlandse Antillen op 10 oktober 2010.

Initiatief

Volgens Paul Rosenmöller en Cees Maas van de onderzoekscommissie moet Curaçao nu het initiatief nemen voor de instelling van een 'commissie van wijzen'. Als dat niet gebeurt, zou er volgens de twee een aanwijzingsbevoegdheid vanuit het Koninkrijk moeten komen.

Deze 'verregaande en ingrijpende' stap is volgens de twee niet wenselijk, maar onontkoombaar als Curaçao niet zelf besluit iets te doen aan een onderzoek naar de twijfels die zijn gerezen over niet-integer gedrag van gezagsdragers.

Corruptie

In mei van dit jaar vochten minister-president Schotte en directeur van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten Tromp openlijk een ruzie uit, met beschuldigingen van corruptie over en weer. Naar aanleiding daarvan werd vorige maand de commissie-Rosenmöller ingesteld.