GENEVE - De Verenigde Naties verwachten dat er tegen eind november een einde komt aan de levering van noodhulp aan Libië.

Dat heeft de VN-coördinator humanitaire zaken voor Libië, Panos Moumtzis, maandag tegen verslaggevers gezegd.

Moumtzis zei te hopen dat het Noord-Afrikaanse land eind november een nieuwe fase ingaat. De nieuwe machthebbers zullen dan vooral ''technische'' bijstand nodig hebben om het land te ontwikkelen en hervormingen bij de justitie en in het kiessysteem door te voeren.

Zorgen

Volgens Moumtzis heerst er optimisme in Tripoli, maar zijn er ''grote zorgen'' in de steden Bani Walid en Sirte, die nog altijd in handen zijn van de aanhangers van de verdreven leider Muammar Kaddafi.

Volgens cijfers van de Verenigde Naties zijn ongeveer 24.000 mensen uit Bani Walid en ongeveer 2000 mensen uit Sirte gevlucht. Volgens Moumtzis hebben de VN voedsel en medische hulpgoederen naar de rand van Sirte gebracht, maar zijn ze niet in staat ze onder de bevolking te verdelen.

VN-sancties

De interim-premier van de Libische revolutionaire regering Mahmoud Jibril heeft de Veiligheidsraad van de VN maandag gevraagd een aantal economische sancties tegen Libië op te heffen. Hij heeft tevens gezegd dat de NAVO moet blijven totdat er geen burgers meer worden vermoord.

Jibril bedankte de Veiligheidsraad voor de twee resoluties die werden aangenomen door de raad. De ene resolutie regelde de sancties die tegen het regime van de verdreven leider Muammar Kaddafi werden ingesteld en met de andere resolutie werd een no-flyzone boven Libië ingesteld.

Volgens Jibril is het dringend noodzakelijk dat de raad eerder bevroren tegoeden ontdooit, zodat het land kan beginnen met de wederopbouw van de infrastructuur die tijdens de opstand is vernield.

Alles over de onrust in het Midden-Oosten