SAN DIEGO - Niet een grootschalige brand leidde tot het instorten van de Twin Towers op 11 september 2001, maar het gesmolten aluminium van de twee gekaapte vliegtuigen.

Dat droop door de twee getroffen wolkenkrabbers en kwam in contact met honderden liters water van de sprinklerinstallaties. Daardoor ontstond een explosie die de constructie van de gebouwen aantastte.

Dat is althans de uitleg van de Noorse wetenschapper Christian Simensen. Hij presenteerde zijn theorie woensdag op een technologiecongres in het Amerikaanse San Diego.

Simensen baseert zijn verklaring onder meer op een experiment dat de Amerikaanse aluminiumfabrikant Alcoa jaren geleden uitvoerde. Wetenschappers lieten toen 20 kilo gesmolten aluminium in aanraking komen met 20 liter water.

''De explosie vernietigde het volledige laboratorium en sloeg een krater met een doorsnee van 30 meter'', aldus Simensen. De beide gekaapte vliegtuigen op 9/11 bestonden elk uit ongeveer 30 ton aluminium.

Explosies

De chemische reactie kan verklaren waarom sommige ooggetuigen kort voor het instorten van de Twin Towers explosies hebben gehoord. In de knallen zien aanhangers van samenzweringstheorieën een bewijs dat de Verenigde Staten zelf moedwillig de wolkenkrabbers hebben opgeblazen.

Na het instorten van de torens heeft de Amerikaanse overheid enkele onderzoeken naar de oorzaak ervan laten uitvoeren. De studies gaven als verklaring de enorme hitte van de brandende kerosine uit de gekaapte vliegtuigen. Het vuur zou de stalen draagbalken van het gebouw hebben verzwakt, waardoor die het gewicht van de torens niet meer konden dragen.

Bij de terreuraanslagen in New York kwamen meer dan 2700 mensen om het leven.