ABU DHABI - Egypte en Tunesië hebben nog nauwelijks iets van de hulp gezien die hun in het enthousiasme van de 'Arabische Lente' is toegezegd.

Toen volksopstanden, die eind vorig jaar in Tunesië begonnen, de regimes in Tunis en Caïro fataal waren geworden, beloofden westerse en Arabische landen in mei de noodzakelijke economische hervormingen in Egypte en Tunesië ruimhartig te steunen met meer dan 14 miljard euro.

Deze economische hulp was nog slechts onderdeel van een pakket van ruim 28 miljard euro hulp aan de Noord-Afrikaanse democratieën in wording.

Daarvan hebben we ''nog helemaal niets'' ontvangen, aldus de Tunesische minister van Financiën, Jalloul Ayed, in de donderdageditie van The Financial Times.

Zijn Egyptische collega Hazem al-Beblawi, ook op bezoek in Abu Dhabi, zei dat zijn land 350 miljoen euro hulp heeft gehad. Dat is onderdeel van de 5 miljard euro die Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten hadden toegezegd.

Chronische werkloosheid

De omwentelingen zijn vooral gevoed door chronische werkloosheid. In Tunesië waren het jonge, redelijk goed opgeleide werklozen die de opstand ontketenden. Ayed zei dat er met de val van het vorige regime verwachtingen zijn geschapen. Maar de economie groeit dit jaar naar verwachting slechts met 1 procent tegenover 3,7 procent in 2010.

Alles over de onrust in het Midden-Oosten in ons dossier